Milieukundige bodemonderzoeken schieten kwalitatief gezien vaak te kort. Dat zeg Robert Jan Stuut, adviseur Insitumeettechnieken bij ingenieursbureau Fugro in Ingenieur. Op 80 % van de locaties waar nu bodemonderzoek uitgevoerd wordt, heeft al eens een sanering plaatsgevonden. Omdat de vorige sanering echter niet goed werd uitgevoerd, moet er opnieuw bodemonderzoek gedaan worden.
Vaak blijkt het ook noodzakelijk om een compleet nieuw bodemonderzoek uit te voeren, omdat in het vorige onderzoek te veel bespaard werd op financieel vlak en omdat bemonsteringen verkeerd zijn uitgevoerd. Wanneer milieukundig bodemonderzoek kwalitatief te kort schiet, komen er later problemen uit voort. Onvolledige verwijdering van schadelijke stoffen uit de bodem kan problemen opleveren bij onder meer woningbouw. Vervuiling in diepe grondlagen komt uiteindelijk naar boven en kan via een kruipruimte in de woning komen. Dat kan schade opleveren aan de gezondheid. Verontreinigingen met gechloreerde oplosmiddelen kunnen bovendien de grond en het grondwater aantasten.
Om het bodemonderzoek te verbeteren is een betere regelgeving nodig. Ook loont het de moeite om één bodemadviesbureau in te schakelen voor een sanering volgens de Triad-methode. Het onderzoek is dan in handen van één partij die direct kan inspringen op bevindingen ter plaatse.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten